Referentie:
Prins, W.B., Op de bres voor vrijheid en pluraliteit: politiek in de post-metafysische revisie van Hannah Arendt, Amsterdam: VU Uitgeverij, 1990, 227 p.Plaatskenmerk:
MAG-B 17791Extract:
“De stelling, in het artikel “The concentration camps” geponeerd, dat in het Derde Rijk en de Sovjet-Unie gelijktijdig een nieuw type op geïnstutionaliseerde terreur gebaseerde heerschappij tot ontwikkeling komt, is niet verenigbaar met de hypothese dat het nationaal-socialisme een ‘volledig ontwikkeld imperialisme’ is, dat vanuit de desintegratie van de nation-state begrepen kan worden. Het is duidelijk dat de stalinistische terreur in belangrijke mate buiten het kader van de politieke geschiedenis van West-Europa valt. Maar afgezien daarvan staat de overtuiging dat de totalitaire overheersing zonder precedent is en derhalve niet in het verleden geworteld is, op gespannen voet met de historische benadering als zodanig. Hannah Arendt verbindt geen consequenties aan het methodologische dilemma dat zich hier aandient tussen de historische verklaring en de typering van het volstrekt nieuwe.” p.80
Commentaar:
Arendt distantieert zich van een zuiver historische benadering van de goelag en de concentratiekampen. Geschiedenis is immers een relatief begrip dat ook zonder meer vervalst kan worden: zelfs de verdicten van de naoorlogse processen van de nazipartij zijn gebonden aan tijd- en plaatsgebonden factoren. Een ander gevolg van deze historische relativiteit kan men zien in het negationisme: we weten dat de holocaust ook staalhard ontkend kan worden. Arendt’s analyse van het Eichman-proces werd vaak bekritiseerd, onder meer omdat zij niet alle zittingen heeft bijgewoond. Bart Prins bekritiseert in dit artikel deels Arendt’s onderzoeksmethode, die een conceptueel kader tracht te creëren voor de typering van het totalitarisme als een volstrekt nieuw politiek systeem zonder precedent, maar geen plaats geeft aan de historische verklaring van het fenomeen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten