Posts tonen met het label Karl Popper. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Karl Popper. Alle posts tonen

donderdag 10 december 2009

Karl Popper over Plato en de privileges van de heersende klasse

Referentie:


Popper, Karl, De open samenleving en haar vijanden, Nederlandse vertaling door Hessel Daalder en Steven Van Luchene, Rotterdam: Lemniscaat, 2007. 940 p.

Plaatskenmerk:


FILO 19.8 P-POPP 2007

Extract:


 “’Wat zijn dan volgens jou de echte [filosofen]? –Zij die begerig zijn naar het schouwspel van de waarheid’, lezen we in De staat. Maar zelf doet hij de waarheid enigzins geweld aan als hij dit zegt. Hij gelooft er niet echt in, want elders verklaart hij boudweg dat het een van de koninklijke privileges van de soeverein is om naar hartenlust gebruik te maken van leugens en bedrog. ‘Indien het dus iemand toekomt te liegen, dan zeker aan de leiders van de staat tegenover vijanden of medeburgers, met het oog op het welzijn van de staat: alle anderen moeten dat echter niet doen.’
‘Met het oog op het welzijn van de staat’, zegt Plato. Opnieuw zien we dat dit appel op het principe van het collectieve nut de ultieme ethische overweging is. De totalitaire ethiek overheerst alles, zelfs de definitie, de Idee, van de filosoof. Het behoeft nauwelijks betoog dat de onderdanen, op grond van hetzelfde beginsel van politiek opportunisme, verplicht zijn de waarheid te vertellen. ‘Als dan de heerser iemand in de stad op een leugen betrapt, [...] dan zal hij hem straffen als iemand die, in wat ik zou noemen het schip van staat, een handelswijze invoert die leidt tot omslaan en vergaan.’”
p.169
(HEUR-STAP 1: een gezaghebbend boek uit de bibliografie van een encyclopedie-artikel)

Commentaar:


Nemen we in achting dat Plato’s Ideale Staat gedacht moet worden als een utopie, en wij haar enkel totalitaire kenmerken kunnen toekennen vanuit een retrospectief standpunt. In vergelijking met Eric Brown is Popper heel wat minder mild tegenover Plato’s ideeën over de Ideale Staat. Popper vertrekt al van de vaststelling dat deze staat gekenmerkt wordt door een totalitaire structuur. Zo haalt hij aan dat de heersende klasse van de herders en de waakhonden strikt gescheiden moeten zijn van het menselijke vee, en beschrijft de scherpe voorwaarden voor wie deel kan uitmaken van deze heersende klasse. (“Heersers en hun waakhonden”: we hebben niet zoveel verbeelding nodig om te denken aan de privileges van de Gestapo.) De heersers hebben andere privileges dan het plebs, en mogen gebruik maken van leugens om de waarheid te verdedigen, terwijl zij leugens tegelijk legitiem mogen bestraffen. Popper spreekt dan ook over een “totalitair rechtvaardigheidsbegrip” bij Plato.
Popper gelooft wel in de oprechtheid van Plato’s zogenaamde totalitarisme, dat in dienst staat van een stabiele klassenheerschappij. Plato verlangde naar een onbetwistbare overheersing door één klasse over de rest, maar streefde (om zuiver utilitaristische redenen) níet naar een maximale uitbuiting van de werkende klasse door de heersende klasse.
Dit hele betoog dient echter een pleidooi voor een open, liberale samenleving. Kunnen we echter zomaar aannemen dat onze samenleving volledig vrij is van machtsstructuren die beantwoorden aan Plato’s idee van een Ideale Staat? Of dient Poppers’ pleidooi een heel andere motivatie, namelijk het aantonen van de goede intenties van een hedendaagse, zeer reële heersende klasse? Uiteraard zijn we in onze hedendaagse maatschappij, in tegenstelling tot de burgers onder het stalinisme, niet afgesneden van dialoog en pluraliteit. De hedendaagse heersende klasse vertelt echter ook leugens, bepaalt evenzeer wat wel en niet gezegd kan worden, ook vandaag zijn er “waakhonden” die ons handelen corrigeren, ook vandaag zijn er bestaande hiërarchiën  die bepalend zijn voor de maatschappelijke waarde van een individu.