Posts tonen met het label MARTIN HEIDEGGER. Alle posts tonen
Posts tonen met het label MARTIN HEIDEGGER. Alle posts tonen

zaterdag 12 december 2009

De schaamte van Günter Grass

Referentie:

Thijs, Krijn, "Günter Grass en de Waffen SS, Duitsland Web 15.08.2006,
http://www.duitslandweb.nl/actueel/uitgelicht/2006/8/Opinie+G+nter+Grass+en+de+Waffen+SS.html (geraadpleegd op 07.12.2009)

Plaatskenmerk:

duitslandweb.nl

Extract:

"Kohls argumenten dat de gevallen Waffen-SS’ers veelal onschuldige jonge dienstplichtigen geweest waren, werden weggehoond door zijn critici. Tot deze critici behoorde destijds ook Günter Grass. Waarom heeft hij de verharde morele fronten van destijds niet losgeweekt met een bekentenis dat ook hij in Bitburg had kunnen liggen? Het is deze tegenstelling tussen Grass’ absolute moralisme in eerdere jaren en nu het bericht van zijn eigen zwijgen die velen in het verkeerde keelgat schiet. Vanuit zijn eigen biografie had Grass meer begrip voor de ambivalenties van de geschiedenis moeten opbrengen. [...] Niet zo zeer zijn lidmaatschap van de Waffen-SS, maar vooral zijn lange zwijgen heeft hem van zijn geloofwaardigheid beroofd. Grass kan voortaan niet meer als morele autoriteit over (de omgang met) het nationaalsocialisme oordelen. "

Commentaar:

Günter Grass bekende in zijn memoires " De Rokken van de Ui" dat hij zelf lid was geweest van de Hitlerjugend, en in de laatste maanden van de oorlog zich vrijwillig heeft aangemeld voor de Waffen-SS. Dit veroorzaakte in de Duitse media een enorme heisa: niet zozeer dat Grass het SS-uniform gedragen heeft, is de oorzaak van verontwaardiging, aangezien wel meer Duitse jongens zijn ingezet toen Hitler geen strijdkrachten meer had, en hen wenig te verwijten valt. Van vele voorpagina's sprong echter de vraag 'Waarom nu pas?'. Hoe heeft Grass dit voor zovele jaren kunnen verzwijgen, terwijl hij het geweten van Duitsland speelde en stelde dat de Duitsers hun verleden niet mochten vergeten? Het is bepaald niet zo dat Grass het min of meer vergeten was, of er het belang niet van in zag – uitdrukkelijk geeft hij toe dat deze zaak hem zestig jaar zwaar op de maag lag. Waarom heeft hij dan tientallen anderen hun verdringen verweten, en zweeg hij in het publieke debat wanneer Kohl ook de gevallen SS'ers van Bitburg wou eren met een bloemenkrans op hun graf? Heidegger heeft zijn misstap tenminste toegegeven, en deed er verder m.b.t. het naziregime hoofdzakelijk het zwijgen toe.

donderdag 10 december 2009

Heidegger et le nazisme: een scheldroman

Referentie:

Farias, Victor, Heidegger et le Nazisme, Lagrasse : Editions Verdier, 1987, 332 p.

Plaatskenmerk:

MAG-B 13401

Extract:


“En 1962, Guido Schneeberger publia certains textes, jusqu’alors inconnus, qui mettaient en évidence l’adhésion pleine et entière de Martin Heidegger au national-socialisme, dans les années 1933-1934. »(dl.1)
p.15
« Martin Heidegger ne brisa jamais les liens organiques qui le rattachaient au parti national-socialiste. Les documents conservés dans les archives du NSDAP démontrent, entre autres choses, qu’il resta un militant actif jusqu’à la fin de la guerre, continuant d’acquitter ses cotisations, et qu’il ne fut jamais l’objet de réprimandes ni de procès politiques internes au sein du parti. » (dl.2)
p. 17
(HEUR-STAP 3: een boek gevonden via de UA-catalogus)

Commentaar:

Je kan moeilijk een blog schrijven over het begrip totalitarisme zonder aandacht te schenken aan deze uitgave. Zij het echter kort, want Heidegger et le Nazisme is naar mijn mening weinig meer dan een scheldroman, en een persoonlijke aanval op Martin Heidegger. In 1962 werd bekend dat Heidegger nooit zijn lidkaart van de NSDAP had ingeleverd, wat de nodige heisa veroorzaakte. Farias breit er in dit boek dat meer dan twintig jaar nadat het feit bekend werd verscheen enkele conclusies aan die Heidegger’s denken omschrijven als autoritair, antisemitisch en ultra-nationalistisch. Het is een controversieel boek, dat op lange termijn weinig veranderd heeft aan de wijdverspreide appreciatie van de oorspronkelijkheid van het heideggeriaanse denken binnen academische milieus. Heidegger is, in tegenstelling tot Arendt, niet weggegaan uit Duitsland. Meer zelfs, hij bleef doceren en werd als denker zeer gewaardeerd door de nazipolitiek. Wie Heidegger hier op wil afrekenen, heeft aan dit boek een stevige brok lectuur. We weten echter dat Heidegger teruggekeerd is op deze misstap, en er lang uit schaamte over gezwegen heeft. Moeten we echter het oeuvre van alle filosofen waar minder stichtende gegevens over te vinden zijn dan afschrijven? Is alles wat Sartre geschreven heeft zonder waarde, omdat hij de misdaden van Stalin minimaliseerde? Uit het opzet van Victor Farias spreekt eerder het verlangen ons van het nazisme af te maken als een blinde vlek in onze westerse cultuur, en de schuldige individuen voor eeuwig met de vinger te wijzen. 

Martin Heidegger is tachtig jaar oud

Referentie:

Arendt, Hannah, ‘Martin Heidegger is tachtig jaar oud’. In: Arendt, Hannah, Politiek in donkere tijden. Essays over vrijheid en vriendschap. (Ingeleid en vertaald door Remi Peeters en Dirk De Schutter). Amsterdam: Boom, 1999, p. 199- 214

Plaatskenmerk:

FILO 19.8 P-AREN 99

Extract:


“Wij, die de denkers willen eren, ook al ligt onze woonplaats midden in de wereld, kunnen er bezwaarlijk omheen het opvallend en misschien ergerlijk te vinden dat zowel Plato als Heidegger hun toevlucht gezocht hebben bij tirannen en dictators, toen ze zich de menselijke aangelegenheden inlieten. Dit zou kunnen te wijten zijn, niet aan de toenmalige tijdsomstandigheden en nog minder aan een karakteriële ingesteldheid, dan wel aan wat de Fransen een déformation professionelle noemen. Want in de theorieën van haast alle grote denkers valt een voorliefde voor het tirannieke te bespeuren (Kant is de grote uitzondering). En als men deze voorliefde niet kan vaststellen in wat ze deden, dan uitsluitend omdat zeer weinigen, zelfs onder die denkers, bereid waren om zich niet alleen over het eenvoudige te verwonderen, maar om ook “deze verwondering als woonplaats aan te nemen’.”
(HEUR-STAP 3: een boek gevonden via de UA-catalogus)

Commentaar:


Deze uitgave concentreert zich op Arendt’s nieuwe visie op politiek, en de rol die de denker in onze tijd op het publieke forum kan spelen.
Het extract komt uit een lezing van Hannah Arendt ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van haar mentor Martin Heidegger, met wie ze als studente een liefdesrelatie had. Heidegger is kort lid geweest van de nazi-partij, maar beschouwde dit later als een vergissing. Arendt verklaart Heidegger’s spijtige misstap als een beroepsmisvorming: Heidegger leefde in de verwondering.

La fille de Thrace et le penseur professionel: Jacques Taminiaux over Arendt en Heidegger

Referentie:


Taminiaux, Jacques, La fille de Thrace et le penseur professionnel. Paris: Editions Payot, 1992. 246 p.

Plaatskenmerk:

Persoonlijke bibliotheek

Extract:


“Le monde auquel se rapporte le comportement quotidien est un monde ambiant, un Umwelt, qui se présente comme un contexte fonctionnel sur le fond duqel aparaissent des ustensiles en général, des entités qui valent comme moyens pour des fins diverses. Cet environnement est le corrélat intentionnel d’un comportement préoccupé dont le trait fondamental réside dans l’activité de production. Ce monde quotidien est dit inauthentique chez Heidegger en tant que la production et la préoccupation qui l’animent n’ont d’yeux que pour des étants dont le mode d’être n’est pas celui du Dasein. En revanche, le monde, au sens propre ou authentique, s’annonce lorsque la stabilité et la sécurité de l’environnement sont ébranlées, réduites à néant, comme lorsque des outils se brisent, cessent de fonctionner ou s’avèrent impropres à l’usage. Cette rupture annonce-mais annonce seulement- la véritable experiénce du monde. »
p. 27

Commentaar:

Taminiaux gebruikt Plato’s ironische anecdote over Thales als uitgangspunt voor een vergelijkende analyse van het denken van Arendt en Heidegger. Uit dit extract blijkt hoe Arendt’s visie van de wereld breekt met de klassieke platonische idee over onze werkelijkheid als ondergeschikt aan een hogere ideeënwereld. Onze ervaring van de wereld is zonder meer waarachtig, en bepaalt de locus van Arendt’s denken. Deze tekst verheldert voor mij Arendt’s lezing Martin Heidegger is tachtig jaar. Zij omschrijft filosofische systemen hierin als gebouwen, als een woonplaats voor het denken. Heidegger woont niet in de context van de Umwelt die in dit extract beschreven wordt; zijn woonplaats is het denken zelf. Dit verduidelijkt voor mij eveneens hoe deze “beroepsmisvorming” als een excuus gezien kan worden voor zijn lidmaatschap van de NSDAP. De Umwelt wordt door Heidegger als onwaarachtig beschouwd: wat zij produceert zijn voor hem slechts ontische entiteiten die niet behoren tot de zaken zelf. Wat mij fascineert is de eenvoud waarmee Arendt komaf maakt met de ontologische logica van Parmenides en Plato. Plato’s dualistische kijk op de werkelijkheid wordt hier eigenlijk omgekeerd: ideeën zijn afhankelijk van het menselijke handelen en de oorspronkelijkheid van onze wereld i.p.v. omgekeerd.

Thales en het Thracische meisje

Referentie:


Van den Braembussche, Antoon, “De totalitaire verleiding. Hannah Arendt en de stilte van Heidegger”. In: Van den Braembussche, A. en Weyembergh, M. (red.) , Hannah Arendt. Vita activa versus vita contemplativa. Budel: Damon, 2002, p. 23-43.

Plaatskenmerk:

FILO 19.8 N-AREN BRAE 2002

Extract:


“In haar onvoltooid magnum opus The Life of the Mind verwijst Hannah Arendt naar de ‘geheel ernstige wijze’ waarop Plato, in zijn Theaetetus, bij monde van Socrates, vertelt hoe ooit een jong dienstmeisje uit Thracië in lachen uitbarstte wanneer zij Thales van Milete, die naarstig de sterren bestudeerde en hemelwaart tuurde, in een put zag vallen (Arendt, 1978a, One/ Thinking, 82). En Plato voegt eraan toe: ‘(...)zo’n vurige ijver om te weten wat er in de hemel omgaat en niet eens zien wat zich vlak aan zijn voeten bevindt!’. Hetzelfde geldt, aldus Plato, voor elke man die zijn leven aan de filosofie wijdt: ‘Hij kent inderdaad zijn naaste buurman niet, hij weet niet wat die doet, hij weet zelfs amper of die een mens is of een ander schepsel. Maar wat de mens is, door welke specifieke activiteit of passiviteit zulke natuur zich van de andere te onderscheiden: dat zoekt hij, dat wil hij uitmaken ten koste van inspanningen.’p. 85
(HEUR-STAP 3: een artikel gevonden via de UA-catalogus)

Commentaar:


Dit citaat van Plato over Thales en het Tracische dienstmeisje (in sommige versies is dit een slavin), beschrijft een fundamenteel conflict van de filosoof met de werkelijkheid en de reële maatschappij. Plato toont hier enige, zelfs supreme ironie t.o.v. de filosoof. De afwezige Thales en het lachende meisje symboliseren twee diametraal tegenovergestelde invalshoeken ten aanzien van de figuur van de wereldvreemde filosoof. Terwijl volgens Heidegger deze wereldvreemdheid tot de aard van de filosofie zélf behoort, sympathiseert Arendt met het lachende meisje en zoekt zij naar een filosofie die met beide voeten op de grond staat. De put waar Thales dreigt in te vallen, ziet Heidegger eerder als een symbool voor de “risicos van het vak”: het komt er net op aan de put niet te vermijden en zijn bodem te bereiken, enkel zo kunnen de fundamenten van ons bestaan worden blootgelegd. Deze verschillende wijsgerige grondhouding is specifiek kenmerkend voor Arendt en Heidegger. Arendt sluit de ervaring niet uit het domein van de verwondering, maar beschouwt de zeer concrete werkelijkheid en haar immanente structuur als het noodzakelijke onderwerp van haar filosofische studie. Dit heeft ver reikende implicaties m.b.t. het oordeel over deze wereld: in tegenstelling tot Arendt, heeft Heidegger er meestal het zwijgen toe gedaan wanneer het ging over de gruwelen van de nazi-terreur. Vergeten we echter niet dat Heidegger’s ‘avontuur van de geest’, dat hem leidde tot ‘die Sachen selbst’, Arendt levenslang heeft gefascineerd, en mee aan de grondslag ligt van de oorspronkelijkheid van haar denken.