Posts tonen met het label JUAN LINZ. Alle posts tonen
Posts tonen met het label JUAN LINZ. Alle posts tonen

donderdag 10 december 2009

De afstandelijkheid van Friedrich en Brzezinski

Referentie:

Friedrich, Brzezinski, geciteerd in: Linz, Juan J., Totalitarian and Authoritarian Regimes, London: Lynne Riener Publishers, 2000, 343 p.

Plaatskenmerk:


DEV-321 G-Linz 2000

Extract:


“”The features which distinguish this regime from other and older autocracies as well as from heterocracies are  six in number. They are to recall what by now is a fairly generally accepted set of facts: (1) a totalist ideology; (2) a single party commited to this ideology and usually led by one man, the dictator; (3) a fully developed secret police and three kinds of monopoly or more precisley monopolistic control; namely, that of (a) mass communications, (b) operational weapons, and (c) all organizations including economic ones, thus involving a centrally planned economy...”(Friedrich, 1969, p.26)”
“Totalitarianism is a new form of government falling into the general classification of dictatorship, a system in which technologically advanced instruments of political power are wielded without restraint by centralized leadership of an elite movement for the purpose of affecting a total social revolution, including the conditioning of man on the basis of certain arbitrary ideological assumptions, proclaimed by the leadership in a atmosphere of coerced unanimity of the enitre population.” (Brzezinski, 1962)(dl. 2)””
p. 66
(HEUR-STAP 1: een gezaghebbend artikel uit de bibliografie van een encyclopedie-artikel)

Commentaar:


In een vrij recente uitgave over totalitaire en autoritaire regimes vond ik een citaat van de twee auteurs die in Historisches Worterbuch met Arendt  genoemd worden als gezaghebbende denkers over het thema. Een opvallend verschil met Arendt is dat beide auteurs in hun definitie enkel externe kenmerken van het totalitarisme behandelen, maar geen pogingen doen om vanuit een conceptueel standpunt de innerlijke structuren aan te duiden. In contrast met Arendt’s intens betrokken discours lijken deze auteurs meer afstand te nemen van het onderwerp. Het is deze afstand die we als criterium kunnen gebruiken voor de implicaties van een interpretatie. Hoewel Arendt in 1933 vluchtte voor het nazi-regime en de terreur dus nooit van dichtbij heeft meegemaakt, wordt haar politiek begip van dit fenomeen mee gestuurd door haar standpunt als joodse filosofe. Een tweede opvallend feit is dat de auteurs nergens gewag maken van het begrip totale Staat (al is dit een summier citaat en kan ik het volledige werk niet raadplegen). De alomaanwezigheid van het staatsapparaat blijkt echter uit het vervallen van de scheiding tussen politiek, economie, media en politiemacht. De ideologie ziet individuen als inwisselbaar en conditioneerbaar, en beschouwt de heersende klasse als superieur aan de monistische entiteit van “het volk”. Beide auteurs spreken over “ a dictator” of “ dictatorship”: Arendt verwerpt echter het concept van totalitarisme als ontworpen door één evil genius.
Het trauma dat Europa heeft overgehouden aan het nazisme, fascisme, stalinisme en de éénpartijdictatuur van het Oostblok, wordt duidelijk gevolgd door een reactie die de staat in stijgende lijn terugdringt in betekenis en maatschappelijke controle. Met het oog op de hedendaagse Europese politieke realiteit zien we dat de macht van het staatsapparaat en vooral, zijn controle over de economie sterk verminderd is. Misschien kunnen we deze evolutie naar een liberale diplomademocratie zien als een antithese op het totalitarisme. Ik stel me dan echter de vraag wat een mogelijke synthese zou kunnen zijn?